Als staatscommissie onderzoeken wij wanneer en hoe de overheid mag of moet ingrijpen in gezinnen wanneer er sprake is van kindermishandeling of ernstige bedreiging van de ontwikkeling van kinderen. 
Ook kijken we naar de vraag wanneer de overheid zich mag bemoeien met de opvoeding wanneer er nog geen sprake is van ingrijpen in de vorm van een ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing.

In onze opdracht staat een aantal vragen centraal: 

  • Wanneer mag of moet de overheid zich bemoeien met of zelfs ingrijpen bij de opvoeding? 

  • Wanneer mag de overheid juist niet ingrijpen? 

  • En als de overheid wel ingrijpt wat is dan nodig aan regels en randvoorwaarden om het goed te kunnen doen? 

  • Zijn er andere, betere manieren om gezinnen te helpen? 

  • Welke waarden en normen moeten daaraan ten grondslag liggen?

We besteden in ons onderzoek aandacht aan de vraag of en wanneer ingrijpen nodig is, of een maatregel niet zwaarder is dan nodig en of minder ingrijpende oplossingen mogelijk zijn. Dit geldt zowel wanneer ouders en kinderen vrijwillig hulp ontvangen als wanneer door de rechter een kinderbeschermingsmaatregel is uitgesproken. Door te luisteren en te leren van de ervaringen van ouders en kinderen, willen we bijdragen aan een stelsel waarin zij zich gehoord voelen en de veiligheid en ontwikkeling van kinderen echt centraal staan.

Hoe werken wij?

Om bovenstaande vragen te kunnen beantwoorden, doen wij uitgebreid onderzoek. Daarbij zullen we ouders, jongeren en professionals actief betrekken. De perspectieven van ouders, jongeren en professionals zijn belangrijk, omdat zij ons waardevolle inzichten geven in wat er echt in de praktijk speelt en helpt om dit aan te pakken.

Daarnaast willen wij bijdragen aan het maatschappelijke gesprek over overheidsingrijpen in gezinnen en ondersteunend zijn aan de veranderingen die op dit gebied al in de praktijk in gang zijn gezet. Een belangrijk onderdeel daarvan is het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, dat in 2021 is gestart. In verschillende proeftuinen en regio’s worden nieuwe manieren van werken ontwikkeld, met als doel te komen tot een eenvoudigere, beschermende en meer gezinsgerichte aanpak. Als staatscommissie willen wij bij deze ontwikkelingen aansluiten en hieraan waar mogelijk een ondersteunende bijdrage leveren.

Wil je ook bijdragen aan ons onderzoek? Lees dan hier meer.

Waarom deze staatscommissie?

Als een kind uit huis wordt geplaatst, raakt dat een gezin diep. Ouders en kinderen vertellen over machteloosheid, het gevoel niet gehoord te worden en onzekerheid over hun rechten en de redenen achter ingrijpende beslissingen.

Er is groeiende kritiek op de manier waarop de overheid ingrijpt in gezinnen en op de hulp die daarna wordt geboden. De toeslagenaffaire heeft het vertrouwen in de overheid verder aangetast. Uit het rapport van de Commissie Toeslagen en Uithuisplaatsingen blijkt dat de gevolgen van onterechte terugvorderingen van toeslagen in sommige gezinnen hebben bijgedragen aan problemen, die zelfs hebben geleid tot uithuisplaatsingen. In een brief aan de Tweede Kamer geven ouders en kinderen aan zich slachtoffer te voelen van een falend systeem waarbij ze zich afvragen of de organisaties in de jeugdzorgketen überhaupt onderzoeken wat een gezin ontwricht en of de ingezette hulp vanuit de jeugdbescherming daar daadwerkelijk op aansluit. 

Tegen deze achtergrond en mede naar aanleiding van bovengenoemde brief vroeg de Tweede Kamer om een fundamentele analyse van de rol van de overheid bij gedwongen jeugdzorg: wanneer is overheidsingrijpen in een gezin gerechtvaardigd en wanneer is het legitiem om bescherming af te dwingen? Die vragen vormen de basis voor onze opdracht.